Je bekijkt nu Thirza droomde dat Jezus haar een enorm rood cadeau gaf

Gods genade verdienen

Mijn zes groepsgenoten zitten in een kringetje om me heen en kijken me vragend aan. Mijn hoofd is knalrood en mijn hersenen draaien op volle toeren. Ik ben stil, weet even niet meer wat ik moet antwoorden. Ik zag mezelf altijd als Gods kind. Waarom zeggen ze dan dat ik probeer om Gods genade te verdienen door het goede te doen?

Op mijn 13e besloot ik om God te volgen. Ik had een soort contract opgesteld waarop ik de tijd, plaats, datum en mijn naam neerzette. Ik nam het wilsbesluit dat ik voor Hem wilde gaan leven, in plaats van voor mezelf. Deze ‘afspraak’ gaf me rust. Het hielp me door mijn diepste dalen heen en markeerde de start van mijn geloofsreis. 

Maar door de tijd heen vergat ik dat Gods genade een cadeau is. Ik probeerde het te verdienen. Door anderen te helpen, altijd te vergeven, mijn zonden zo ver ik kon achter me te laten, altijd hard aan school te werken en hoge cijfers te halen. Ik moest een goede rentmeester zijn van wat God me had gegeven, toch?

“Ja, God vraagt je om een goede rentmeester te zijn en om je best te doen voor Hem. Maar je kunt Gods liefde niet verdienen, Thirza.” 

De woorden slaan in als een bom. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Maar één ding wil ik niet: mijn redding gratis en voor niets ontvangen. Ik kán dat gewoon niet aannemen! Ik verdien dat niet! Verslagen ga ik die dag terug naar huis, met één gedachte: ‘Ik kan dit niet en ik wil dit niet. Punt.’

In die week droom ik hoe Jezus voor me komt staan. Hij heeft een rood cadeau in zijn doorboorde handen, met een geel lint eromheen. Hij biedt het me aan, houdt het voor me neus. Ik voel me verlamd, sta doodstil voor Hem. Hij nodigt me uit: ‘je hoeft alleen je handen open te vouwen en op te tillen.’

Nog nooit voelden mijn armen zo zwaar. Het lijkt alsof er onzichtbare gewichten aan hangen. De leugen dat het niet ‘gratis’ voor mij zou zijn en dat ik het moet verdienen maakt me slap… Zo’n groot cadeau, dat ben ik toch niet waard?!

Ik weet niet hoe lang ik erover deed om mijn armen omhoog te krijgen en mijn handen open te doen, maar Jezus hield het cadeau nog steeds omhoog. Hij legde het in mijn handen. Ik heb het cadeau ontvangen, aangepakt. Mijn schuld was al betaald, lang voordat ik geboren werd. Het enige wat ik hoefde te doen was reageren: mijn handen openvouwen. Niets daar bovenop, geen wederdienst, geen contract. 

Het is een cadeau. Het is genade. 

Thirza van der Neut

Stagiaire van Heartbeat en student Theologie. Stopwoordje: KANNONNEN!