De tattoo op mijn arm schreeuwt mij soms toe: ‘Je bent zondig!’

Een zegel op mijn arm

Ja is ja, nee is nee.
Tenminste, dat is wat mij als kind is geleerd. 
Maar wat nou als je denkt dat ja beter nee kan zijn? En nee eigenlijk ja zou moeten heten? Als je niet goed weet wat je zelf vindt of denkt en je altijd bezig bent met wat wil de ander horen?

Ik kijk naar de tattoo op mijn arm. 
Af en toe schreeuwt ie mij toe. Je bent zondig! Verberg je maar.
Ik vind ‘m mooi en ben heel blij met dat waar het voor staat. Eigenlijk zou ik er nog wel één willen. Maar mag dat wel in mijn positie? Als voorganger, spreker, aanbiddingsleider?

Ik heb het onderzocht, gelezen, gebeden. Jaren gewikt en gewogen. Tot de conclusie gekomen dat het oké is, ik mag het zelf weten. Maar wat dan met ‘je moet geen aanstoot geven’? Voor heel veel mensen is dit slecht en zondig! 

Het zit in mij, de diepe behoefte mensen te behagen. 

God heeft tegen mij gesproken dat juist dat zondig is. Het weerhoudt mij te doen wat Hij van mij vraagt. Zal ik mijn handen hier omhoog doen? Maar wat zullen de mensen denken. Als ik nu heel hard juich voor God, durf ik dat wel? Als vrouw spreken, mag dat wel? Een Star Wars ‘t shirt als voorganger? Is dat wel gepast? 

‘Angst voor mensen is een valstrik, wie op de HEER vertrouwt, wordt beschermd.’ Spreuken 29:25 

Dit alles brengt mij terug naar een moment van een aantal zomers terug. Ik mocht spreken, tegenover een groep mannen met hun tienerdochters. Ik had net gesproken en ik had juist in alle vrijheid gedaan wat God van mij vroeg. Het was spannend geweest, maar ik had die ochtend duidelijk geweten: dìt moet ik zeggen.

En plots staat hij daar, tegenover mij. 
‘Waarom preek je?’ klinkt zijn vraag. Allerlei antwoorden schieten door mijn hoofd. Maar ik stamel een beetje en voel me warm worden.
‘Omdat je wat te zeggen hebt’, is zijn reactie. En een grote lach verschijnt op zijn gezicht. ‘Laat je vrijmoedigheid niet roven hoor! Bedankt voor je preek, ik had het echt nodig om dit te horen!’ 

Het is zo verleidelijk om te doen wat ik denk dat anderen verwachten van mij.

Of nog erger: mijzelf verschuilen achter de gedachte dat ik de mensen daarmee dien. Lekker ‘geestelijk’.
Maar God zegt dat Hem dienen boven alles staat. 

Ik kijk weer naar mijn arm. Het hart, in golven, als symbool van Zijn liefde die mij overspoelt en schoon heeft gewassen. De bloemen die daaruit voortkomen, mijn leven dat werkelijk tot bloei kan komen als ik Hem durf te volgen en als Zijn genade ook écht genoeg mag zijn voor mij. Een beeld als herinnering van Zijn liefde die mij bevrijd heeft, juist van de angst voor mensen. 

Ik stroop mijn mouwen op, hef mijn handen omhoog: ‘To worship You I live, to worship You I live, I live to worship You.’  

Athalja Barneveld

Zingt graag de sterren van de hemel. Maar nu eerst een bakje koffie.