Gert-Jan: ‘Dino’s passen beter in het scheppingsverhaal dan in het evolutieverhaal’

Wanneer leefden de dino's?

Sommigen vinden ze fascinerend, anderen gruwen ervan: dinosauriërs, de enorme, prehistorische reptielen die er met hun tanden, klauwen en stekels vervaarlijk uitzagen. Als je de meeste dino boeken mag geloven, leefden ze miljoenen jaren geleden, lang voor de eerste mens op het toneel verscheen. Maar is dat wel zo?

De Bijbel leert dat God de landdieren (en de mens) op de zesde scheppingsdag maakte. Dat betekent dus dat ook de dino’s toen werden geschapen. Er zitten dus geen miljoenen jaren tussen dino’s en mensen, maar hooguit een paar uur. Er zijn veel aanwijzingen die deze visie ondersteunen, maar de evolutievisie juist niet.

Zacht weefsel

In 2005 trok er een wervelwind door de wereld van de paleontologie. Mary Schweitzer, een fossielendeskundige, had van een dino bot het harde, versteende materiaal opgelost. Wat overbleef was zacht, rekbaar weefsel. Bloedvaten waar nog rode bloedcellen in te herkennen waren.
Bindweefsel (collageen) dat nog zacht en elastisch was. Dat zou niet mogelijk mogen zijn! Want volgens de gangbare theorieën was dit dino bot zeker 67 niljoen jaar oud. In 67 miljoen jaar zou het zachte weefsel al lang moeten zijn versteend of vergaan.

Schweitzer ging naarstig op zoek naar een manier hoe dit delicate weefsel tóch miljoenen jaren kon blijven bestaan, maar haar verklaringen schieten tot nu toe te kort. Zacht weefsel in dinobeenderen kan maar één ding betekenen: deze botten zijn geen miljoenen jaren oud.


Koolstof-14

Een Amerikaanse creationistische wetenschapper, Mark Armitage, heeft het onderzoek van Schweitzer weten te reproduceren. Hij vond zacht weefsel en zelfs botcellen in de wenkbrauwhoorn van een Triceratops. En Armitage is niet de enige, het onderzoek gaat voort, en steeds meer
dinobotten blijken zacht weefsel te bevatten en kunnen dus geen miljoenen jaren oud zijn. Armitage ging nog een stap verder. Hij liet de Triceratops-hoorn dateren met de koolstof-14-methode (C-14).

Koolstof-14 kun je alleen maar gebruiken bij materialen die ooit hebben geleefd (hout, linnen, beenderen). Bovendien kun je met de C-14-methode alleen maar materialen dateren die jonger zijn dan 100.000 jaar (laat staan miljoenen). Volgens deze dateringsmethode was de dinohoorn zo’n 33.000 jaar oud. Dat is nog steeds veel ouder dan de maximale ouderdom van de aarde volgens de Bijbel (en op die 33.000 jaar valt nog heel wat af te dingen, maar dat is voer voor een andere blog).

Maar als het dinobot werkelijk miljoenen jaren oud was, dan zou er helemaal géén koolstof-14 meer in moeten worden aangetroffen. Dat er meetbare hoeveelheden C-14 in dinobeenderen zitten, geeft
aan dat ze geen miljoenen jaren oud kúnnen zijn. En dat betekent dus dat dino’s niet miljoenen jaren geleden hebben geleefd, maar hooguit enkele duizenden. En dat betekent dus dat dino’s beter
passen in het Bijbelse wereldbeeld dan in het evolutieverhaal.

Gert-Jan van Heugten

Bolleboos die het liefst op blote voeten loopt. Weet alles over schepping, zondvloed en dino's. Heb je een vraag die je Gert-Jan wil stellen? Mail gertjanvanheugten@heartbeatnederland.nl
Sluit Menu