Hester bad voor een meisje en zag tot haar verbazing het werk van Gods Geest
  • Post Category:Blogs

Wat ik leerde over geestelijke strijd

De zaterdagavond van het Heartbeat Weekend is vaak een bijzondere avond. Dat was twee jaar geleden ook zo. Op de tweede avond van het weekend hadden we al enige tijd doorgebracht met God en elkaar. Er waren heel veel mensen naar voren gekomen bij de oproep. Ik was gebedsmedewerker en ging enthousiast aan de slag om voor mensen te bidden. 

Op een gegeven moment viel een meisje waar ik net voor gebeden had. Ze viel in de Geest. Ik had dat nog nooit zo dichtbij meegemaakt. Het meisje dat gevallen was leek er prima aan toe te zijn, ze zag er rustig uit.  Haar gezicht zag eruit alsof ze sliep. Op deze avond verbaasde God mij zo! De dingen die gebeurden waren heel bijzonder. En ze gebeurden gewoon voor mijn neus, met mensen met wie ik in contact was. Het was écht! 

Ik leerde in de tijd daarna veel over de geestelijke werkelijkheid door erover te lezen in de Bijbel en andere boeken.  De tekst die mij het meeste leerde was deze: 

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.” (Efeziërs 6:12)

Waar Gods licht komt, zal de duisternis verdwijnen. Wanneer Gods aanwezigheid komt, krijgen kwade geesten het lastig. Soms wordt dit zichtbaar, zoals wanneer een demon manifesteert in een mens. Paulus waarschuwt ons hier al voor in zijn brief aan de gemeente in Efeze, zoals je net las. 

Werkelijk bewustzijn hiervan merk ik maar op weinig plekken. En dit raakt mij erg. Zonder erkennen van je vijand, kun je er ook niet tegen vechten. Er is veel gebrek aan kennis over geestelijke machten en geestelijke strijd. Dit maakt ontzettend veel christenen een stuk zwakker in de strijd tegen het kwaad. Over onze eigen zonde en schuld leren we veel in de meeste kerken. Dat is ook iets dat belangrijk is! Maar over de grootste vijanden blijft het vaak heel stil. C. S. Lewis schrijft erover in zijn boek Brieven uit de hel. Hij noemt het één van de twee grootste vergissingen die we kunnen maken met betrekking tot demonen. (In deze quote worden ze door hem duivelen genoemd).

 “Wij mensen kunnen twee tegengestelde maar even ernstige vergissingen maken waar het om duivelen gaat: ten eerste door er niet in te geloven, ten tweede door er wel in te geloven en een ongezonde, onmatige belangstelling voor ze te koesteren. Zijzelf hebben de ene vergissing net zo lief als de andere. De magiër en de materialist zijn hun allebei even welkom en even aangenaam.” (Brieven uit de hel, C. S. Lewis)

Hester Plaggenmarsch

De twintig net voorbij. Studeert HBO Theologie en liep stage bij Heartbeat. Houdt van groen maar neemt geen blad voor de mond.